…komen altijd een dag te vroeg”, waren de wijze woorden van oud-conciërge Rinus Schram (RIP), ooit werkzaam aan de Haagse Hogeschool. Haagser dan Rinus kreeg je ze niet. Maar zijn motto is een begrip in ons huishouden. En ja, vaak komen de zorgen voor morgen inderdaad een dag te vroeg. Ondanks deze wijze woorden maak ik me oprecht zorgen over morgen. Over mezelf maar vooral over werkend Nederland en jonge startende professionals in het bijzonder.

Weg van het scherm
Onlangs ontving ik van LinkedIn de melding dat ik 30 jaar in dienst ben bij – nu – mijn eigen bedrijf. Een goed moment om te reflecteren en dus buig ik me over de vraag hoe ik de komende jaren tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd wil invullen. Ik kwam al snel tot één uitgangspunt: zo min mogelijk werk van achter het scherm én zo veel mogelijk met mensen samenwerken.

Geen onlogisch uitgangspunt voor iemand die extravert is en houdt van het gesproken woord. Alleen staat dit streven wel onder druk. En dan doel ik vooral op de sociale cohesie op de werkvloer. Zoals ook recent onderzoek van Leesman vaststelt, voelt ± 40% van de kantoormedewerkers zich in meer of mindere mate sociaal geïsoleerd van collega’s wanneer ze op afstand werken (Bron: Leesman)”. Hier zitten mijn zorgen voor morgen, én volgens mij komt dat helaas geen dag te vroeg!

Alexander Klöpping
Mijn zorgen werden vorige maandag versterkt. Alexander Klöpping zat aan tafel bij Eva Jinek. Hij gaf uitleg over de nieuwste ontwikkeling op AI-gebied. Ik kan u verklappen, ik heb er een nacht slecht van geslapen. Er is een AI-tool ontwikkeld ‘die niet alleen met je kan praten, maar die ook actie neemt in de echte wereld’. Voor degenen die het nog niet gezien hebben, zeker terugkijken! Want deze nieuwe AI-dienstverlening houdt eenieder nog meer gekluisterd aan het scherm doordat de tool je hele leven organiseert. Je hoeft niet meer zelf contact op te nemen met wie je ook wil. Je vraagt het aan AI en hij regelt alles voor je. U begrijpt dat deze nieuwe vorm van kunstmatige intelligentie niet veel goeds betekent voor de sociale cohesie en mijn streven. Voortaan praat u niet met een mens maar via zijn artificiële hulp. Of uw artificiële intelligentie praat met de artificiële intelligentie van de ander. Elke vorm van contact wordt in de nabije toekomst vormgegeven door nullen en enen.

Nieuw leiderschap
Rinus zag weinig problemen. Hij was van aanpakken en oplossen als facilitair dienstverlener ‘avant la lettre’. Dus hoe is deze nieuwe uitdaging van het verlies van sociale cohesie op te lossen? Iedereen zal zijn weg moeten vinden in deze nieuwe werkelijkheid en bijbehorende vragen moeten beantwoorden als ‘wat is echt belangrijk’, ’waar zitten de persoonlijke zingevingen’ en ‘wat wil je uit het (werkende) leven halen?’ Vragen die horen bij het ontwikkelen van je persoonlijk leiderschap en het leiderschap van morgen. Wellicht had Rinus gelijk om niet te lang stil te staan bij de zorgen van morgen, maar het leiderschap van morgen is een urgent vraagstuk. Het houdt niet in dat leiders ‘het’ moeten weten en top-down met een oplossing of een blauwdruk moeten komen. De leiders van morgen moeten in staat zijn om urgentie te bepalen en richting te geven.

Daarom kijk ik uit naar World Workplace 2026 (11 en 12 maart in de Fokker Terminal in Den Haag). Ik leid een rondetafelgesprek met de titel ‘Strong Together at a Distance: Leadership and Social Cohesion in the Hybrid Era’. Mijn tafelgenoten zijn Monique van Waardenburg, Maurice Verwer, Thijs Poelman en Harm van den Boogaard. Ik kijk uit naar een mooi gesprek met hopelijk hoopvolle oplossingsrichtingen. Zo buigen we de zorgen om naar oplossingen.